TREINREIS    

© Alex van der Horst, juni 2009

                  

                                                        

Ergens is de reis begonnen in een ver en warm land.              

Met wat persen en wat duwen ben je in de trein beland.

Toen de deuren gingen sluiten en de seinen gingen groen,

kwam het langzaam in beweging, er was niets meer aan te doen.

Het eerste stuk was lekker boemelen, ’t ging langzaam. ’t ging snel.

De wereld gleed aan jou voorbij en jij geloofde ’t wel.

Maar na de eerste wissels, wat tranen en wat pijn,

besefte je ineens: verdomd ik zit hier in een trein!

 

En verder gaat het met de reis, ’t is duidelijk en luid,

soms komen er wat mensen bij, soms stappen er wat uit.

En hier en daar een vriendschap, je doet dom, je doet wijs,

je redeneert en vraagt je af: waarheen gaat deze reis?

Het is een vraag er is geen antwoord, je komt er niet mee weg.

De conducteur weet ook van niets, ’t is jammer, ’t is pech.

Nou ja, je kaartje is gecheckt, maar je twijfelt en je gist:

wie heeft de sporen uitgezet, wie is de machinist?

 

Soms eindeloos in volle vaart, dan wil je er wel uit,

dan weer sta je eeuwig stil en dan wil je juist vooruit.

Maar evengoed kan ook geluk je deel zijn vroeg of laat,

dan zeg je even tot jezelf: ’t is mooi zoals het gaat.

Laatst was je onverhoopt nog bij een noodstop uitgestapt,

je kon pas verder reizen toen de trein was opgelapt.

Je voelt dat alle lief en leed betaald wordt met een prijs:

dat het nog steeds blijft knagen: ach! waarheen gaat toch de reis.

 

Plots schijnbaar zonder reden, de trein hij mindert vaart

en vlak voordat het je bevliegt en het je zorgen baart,

zie je ’t in de verte: je nadert een station,

er zijn daar heel veel mensen, ze staan op het perron.

Ze wuiven en ze roepen, als je van ’t balkon af springt.

Ze juichen en ze hossen als je met ze danst en zingt.

Je krijgt felicitaties en je wordt enorm verwend

en iedereen is vrolijk dat je aangekomen bent.

 

Na een dagje uitgelaten feesten, stap je weer eens in,

want in rustig verder reizen heb je nu weer veel meer zin.

Een flits gaat door je heen, je vraagt je af bij ’t verder gaan:

heb je ’t mooiste stuk gehad, of komt dat er nog aan?

Dan loop je ver naar voren, de machinist, hij kijkt je aan.

Je herkent jezelf in zijn gezicht, je ziet je zelf staan.

Hij zegt: de trein is nu van jou. Je kiest je eigen spoor of baan.

Je hebt hem aldoor zelf bestuurd, je hebt het goed gedaan!